Hauptquelle · Deutsches Rechtswörterbuch
Quistgut
Quistgut, m. I Verspielen, Verschwenden, Durchbringen des Vermögens [Übschr.:] quistgoed. tis verkuert by den gemeen vroetscap, soe wie binnen deser stede ... hem qualijcken droge in zijn goet onnuttelicken wech te brengen, dat ... die burgermeesters denzelven ... sullen ontbieden voor den gerechte 1529 WestfriesStR. II 172 Faksimile II j., der sein Vermögen durchbringt [es] werden gegeven voogden over de bejaerde wezen, te weten die haer zelven ende haer goed niet en konnen redderen, door gebreck van buiten ofte van binnen: ... door ghebreck van de wille, als quist-goederen, diemen op-maecker…