Eintrag · Deutsches Rechtswörterbuch
Pfandgebung
Pfandgebung, f.
-
von pfandtgebung gebuert dem schultheißen gleichergestalt zwen oder vier pfennig1543 Niederrad 223
-
overleveringe van rentbrieven oft goedenisbrieven van onruerelijcke goeden oft renten gestelt in handen van eenen derden, tsij als pant metter minnen, oft anderssints, en geven den selven recht van pantschappe, noch voordeel totte goeden oft renten, ten waere dat de pantgevinge ende verbintenisse voor schepenen waeren verleden1609 CoutAnvers IV 334 Volltext